De eerste uitslag is bekend en het m-proteïne is gedaald van 13,9 naar 7,3! Ik heb altijd vertrouwen gehad dat deze behandeling zou werken maar het is een hele opluchting om dat ook daadwerkelijk in cijfers te zien. Alleen waar zo’n uitslag normaliter ook als een overwinning voelt, heb ik dat nu niet. Ik moet namelijk nog even. En ik merk dat ik wat veerkracht mis. De wil is er wel hoor. Maar toch.
Vorige week zaten we weer bij de arts. Ik had net bloed geprikt dus we hadden nog geen uitslagen. We bespraken de bijwerkingen en ik onderhandelde de tavegyl naar beneden van 2 mg naar 1 mg. “Heb je het al genomen?” vroeg de arts. “Nee”, antwoordde ik, “ik heb nog tijd tot de behandeling start, maar heb wel 2 mg mee voor het geval het er niet af mag.” Stiekem hoopte ik dat het helemaal niet meer zou hoeven. De arts is echter wat voorzichtig. Ook de dexa komt weer ter sprake. En tot mijn grote verrassing geeft hij aan dat die er misschien bij cyclus 3 of 4 wel helemaal er vanaf mag! Alleen is hij op vakantie bij mijn volgende afspraak. Maar wie weet! Als ik vertel over mijn vermoeidheid na de behandeling en mijn slappe lijf kijkt hij me een beetje verbaasd aan. “Je lijf is aan het werk, het krijgt niet alleen die middelen binnen maar ook grote hoeveelheden dode kankercellen te verwerken.” Hij spreekt het niet uit maar ergens hoor ik ‘wat had je dan verwacht?’ Daar zit de crux natuurlijk. Het toegeven aan het ziek zijn lukt nog niet zo.
Afgelopen weekend was een heftige. Te heftig. Rowan had zijn NK turnen finale. Met een geblesseerde enkel. In Hoofddorp. En daar wilde ik bij zijn. Negende werd hij, ondanks de enkel. Weer niet gelukt door omstandigheden om een keer in Ahoy te turnen. Hoewel het daar zijn op zich prima ging, waren mijn lijf en hoofd op. Het was nog iets te vroeg na de behandeldag. En de volgende dag was Stijn jarig. Zéstien! Die kerel woont natuurlijk nog thuis en krijgt door zijn leeftijd alles nu heel goed mee. Dat vind ik lastig. Ondertussen blijft hij knap zijn best doen voor school. Een normale verjaardag vond ik wel zo wenselijk. Aan de buitenkant was die ook normaal. Voor hem ook niet veel anders dan anders. Dat is het fijne van vasthouden aan tradities. Een overwinning dat dit door kon gaan, ik er bij kon zijn. Familie was opgetogen door mijn dalende kankerwaardes. ‘Daar doe je het voor!’ We spraken over luchtige dagelijkse dingen. Er werd gelachen en vrolijk uitgezwaaid. ‘Zet ‘m op hè van de week’, tegen mij. Terug naar hun gezonde leven. Positief gestemd over de resultaten van mijn behandeling.
En ik? Ik was kapot. Fysiek en mentaal. Van alle sociale prikkels. ’s Avonds om negen uur in bed. Maandag brak. Dinsdag fysio. Dus brak. Woensdag en de dagen erna weer de ‘daar doe ik het allemaal voor.’
Maandagochtend had ik een afspraak met mijn coach. Die afspraak stond al tijden, de timing kon bijna niet beter. Ik viel maar meteen met de deur in huis. Ik was moe. Moe van weer in de molen zitten. Moe van balans zoeken en nog niet vinden. Moe van zien wat het met de huisgenoten doet. Moe van weer zo sterk mogelijk proberen te zijn. Moe van proberen de kanker te overwinnen. Ze laat me praten. Reageert bevestigend. Begripvol. Geen advies. Geen opbeurende woorden. Gewoon even laten zijn wat is. Wel de vinger even op de zere plek. Ik wil dat alles weer normaal is. Zoals voor de diagnose. Ik heb genoeg van kankerbehandelingen. De frequentie van één keer in de drie maanden afspreken laten we even varen. Over zes weken zie ik haar weer.
Tussen de middag ga ik lunchen met Stijn. Is traditie geworden in zijn toetsweek. Vandaag was de laatste toets. We gingen dichtbij eten. Van te voren heb ik een half uur gelegen. Daarna een uur. De moeheid zakte wat weg. Het moet een tandje minder besef ik die middag. Al zal ik voor mijn mannen altijd een uitzondering blijven maken.
Het schrijven schoot er vorige week bij in. Of nou ja, bij in. Ik wilde niet. Wilde niet neuzelen over hetzelfde. Alle heisa van de afgelopen weken is wel ergens goed voor geweest. Ik heb nu meer inzicht in hoe het beter kan. Beter moet. En beter betekent in dit geval minder en niet meer. Ik ga weer lijstjes maken. Dat is helpend. Lijstjes met wat ik kan doen als ik iets wil doen. Kleine taakjes maar vaak ‘oja’ momentjes. Want dat brein is ook hopeloos. Wat ik nu bedenk ben ik over 5 seconden weer vergeten. Daarnaast toch elke week proberen te schrijven. Dat vergeet ik ook wel eens, hoe goed me dat helpt.
Al met al toch een hele overwinning al die zelfinzichten. Nu zien of dit eigenwijze brein zich ook een beetje wil aanpassen. Voor deze week had ik alweer wat dingen bedacht. Die ga ik niet meer wijzigen. Maar vólgende week….. 😉