“Het lijkt wel alsof mijn intelligentie is afgenomen”, zegt mijn net 16 jarige filosoof ineens. Ik schiet natuurlijk in de lach. En vraag wat voor hem de definitie van intelligentie is. Vindt ‘ie een goeie maar het gaat nu even over zijn cijfers. Meneer heeft hier en daar wat minder goed gescoord op school dan wat hij had verwacht. Hij moet er iets meer voor doen dan voorgaande jaren en dat is even inkomen. Daarnaast komen we tot de conclusie dat de lichte onrust thuis door mijn traject ook niet helpend is dit schooljaar. Maar bovenal wijten we de mindere focus aan ‘het puberbrein’. “Dus eigenlijk kan ik er niks aan doen”, is zijn grijnzende conclusie. We weten beide dat die vlieger niet helemaal op gaat maar ik snap hem wel. Vertel hem over mijn brein.
Zo af en toe benoem ik het maar soms is het erger en vervelender dan dat ik doe voorkomen. Grappig is het ook, dat zeker. Door de behandelingen en de vermoeidheid, in combinatie met waarschijnlijk toch een beetje de leeftijd (die krijg ik steeds terug dus wil het niet onderschatten 😉 ), functioneert mijn hoofd niet optimaal. Niet op woorden kunnen komen, iets willen doen en na 5 seconden weer vergeten wat, kennis die ik had is weggevlogen of weggestopt, ongeconcentreerd zijn etc. Ik kan dan ook nog wel eens suf overkomen en dat vind ik vervelend. Onzinnige opmerkingen maken of gewoon niet kunnen reageren. Een soort vogeltjes die dan in mijn volkomen lege hoofd tjirpen. Ik zal wat voorbeelden geven.
Voor Stijns verjaardag had ik de geijkte cijferballonnen. Ik zette ze neer in de vensterbank en wist dat er iets niet klopte. Maar verder ging het niet. Alsof er een breuklijn in mijn hersenen zat. Geen verbinding. Er werd niet verder gedacht. Ik ging niet proberen de cijfers anders te zetten. Niks. Alleen de constatering; er klopt iets niet. Tot Rowan zei: “Waarom staat die zes verkeerd om?” Het herstelde meteen de verbinding in mijn hoofd, de radartjes gingen weer draaien en ik zag nu wat er mis was.
Al een aantal jaar slik ik op drie vaste momenten per dag mijn pillen. Routine. Nu vergeet ik het wel eens. En kom ik daar pas achter als ik bij het volgende inname moment zie dat betreffende pillen nog in het doosje zitten.
Ik schrijf verkeerde dingen. Aan verkeerde mensen. Geef data door die niet klopt. Vergeet afspraken of dingen te doen die ik toegezegd heb.
Saunakaartjes gekocht met een spaaractie. Tweede gratis. Bij het willen inwisselen van die kaartjes blijkt dat ik maar één kaartje heb, i.p.v. twee. Na heel wat heen en weer gemail met de winkel krijg ik geen gelijk. Blijkbaar heb ik mijn digitale spaarkaart niet ingeleverd. En gewoon de volle pond betaald voor één kaartje. Ik snap nog steeds niet hoe ik dat voor elkaar heb gekregen. Of dat het toch een ietwat misleidend systeem is en ik daar nu met mijn mindere focus de dupe van ben geworden.
Alfred bakt eieren. Hij vraagt hoeveel ik er wil en ik zeg één. Als we gaan eten vraag ik of de eieren op waren. Ik wilde er namelijk twee. Zei één. Maar bedoelde twee. Zeg het maar.
Ik stel de wasmachine ’s avonds in. Kijk op mijn horloge en zie dat het negen uur is. Ik wil dat de machine de volgende ochtend om acht uur klaar is. Elf uur later dus. Ik check nog eens mijn horloge. Ja, het is negen uur dus elf uur later klopt. Na het instellen loop ik nog eens terug. Heb ik alles goed? 30 graden (en geen 60!) en negen uur. Klopt. ’s Nachts word ik wakker. Met het besef dat ik negen uur heb ingesteld in plaats van 11 uur. Die was is straks dus al om zes uur klaar. Geen ramp natuurlijk en gelukkig val ik weer in slaap. Inwendig lachend om deze gekke twist in mijn hoofd.
Doordat mijn concentratie laag is en mijn hoofd snel vol, volg ik ook minder het nieuws. De hoofdlijnen maar dat is het. Daardoor kan ik ook minder meepraten over dingen en voel ik me ook een beetje minder. Nieuwe dingen onthouden gaat moeilijk. En wat anderen gaan doen vergeet ik al helemaal snel. Waardoor het lijkt alsof ik niet belangstellend ben omdat ik er niet meer naar vraag.
Toch zijn er ook de heldere momenten. Dat de watten of wolken in mijn hoofd ineens wegtrekken en een stukje blauw laten zien. Daar reageer ik dan ook meteen op. Soms te snel. Waardoor ik bijvoorbeeld op de routeplanner in de auto kijk en verschrikt zeg dat we rechtsaf moeten. Terwijl dat niet zo is. Alsof er teveel data tegelijk vrij komt en dat eerst geordend moet worden. Of ik herinner me een afspraak van een gezinslid en benoem die. Handig vinden ze dat nog steeds. Als het dan bij mezelf misgaat, worden er schouders opgehaald. Toch ook een mars en venus ding denk ik.
In het gesprek met Stijn komen we dan toch tot de conclusie dat het soms echt overmacht is. Dat dingen vergeten worden. Je niet op de gevraagde kennis kan komen terwijl die kennis wel ergens zat. En het een biologisch iets is dat je hoofd soms helemaal blanco is. De aanleiding is anders maar deze gedeelde smart is toch een humoristische halve smart. Twee puberbreinen in huis en een van nature chaotisch mannenbrein die echt zijn best doet om de boel op de rit te houden. Eigenlijk zijn we dus allemaal ontoerekeningsvatbaar hier. We vinden het dan ook helemaal niet erg als mensen zich vrij genoeg voelen om ons even te helpen herinneren. Of iets dubbel checken. Of mee lachen als het mis gaat.
Ik heb voor mezelf de lat laag gelegd. Pillen en ziekenhuisafspraken zijn het belangrijkste. Daarnaast geniet ik maar gewoon van het getjirp en de blauwe luchten. Een leeg hoofd is soms eigenlijk zo gek nog niet.