Ik ben toe aan duidelijkheid. Om maar even met de deur in huis te vallen. Ik wil weten wat de volgende behandeling wordt. Ik wil weten hoe de stand van zaken is wat betreft de kankeractiviteit. Maar ergens wil ik het ook niet. Ik wil even niet weten. Even niet bezig zijn met kanker. Met behandelingen. Afleiding is het beste medicijn. En die krijgen we de komende weken genoeg. Al dan niet zelf voor gezorgd. Misschien een beetje teveel afleiding zelfs. Tijd voor lijstjes. Lijstjes om te doseren. Om mezelf niet voorbij te lopen.
Maar het is ook tijd om af en toe gewoon even weg te kruipen. In mezelf. In de natuur. Bij een ander. Wanneer ik afgelopen zondag terugkom van een rondje hei, zitten de zwanenkinderen aan de rand van de vijver. Bij ons voor de deur. Ik haal meteen mijn camera op maar in die paar minuten tijd is moeder met haar kroost het water in gedoken. En zwemt ondertussen al aan de overkant. Vastberaden kruip ik tussen het struikgewas. Met spijt dat ik mijn spiegelreflex niet heb gepakt. Die kan ik handmatig scherp stellen. Het kleintje wat ik bij me heb zoomt dan wel weer verder in. Uiteindelijk lukt het me toch om een paar rake maar niet perfecte plaatjes te schieten. Wat wel perfect is, is de ruimte in mijn hoofd als ik uit de begroeiing stap. Hoe kan je vergeten hoe fijn je een hobby kan vinden?
En nu? Nu is het tijd om eten te gaan koken. Moet ten slotte ook gewoon gebeuren.