Author : admin

Rommel

Daar sta je dan, eindverantwoordelijk voor het reilen en zeilen in Nederland. Een boodschap overbrengen die beslissend kan zijn voor de gezondheid en financiële situatie van iedere inwoner. Je kiest voor de gezondheid. Als zogenaamde kapitalist. Dat doe je niet alleen. Heel de wereld heeft zich laten verrassen door een pandemie. Wetenschappers, onderzoekers, economen en wie ook nog meer doen hun best om zo snel mogelijk het beste plan van aanpak te maken. En geven daarin adviezen. Duizenden mensen in je land zijn gestorven aan het virus. Duizenden mensen komen financieel in zwaar weer. Je brengt je boodschap helder en duidelijk. Gericht aan 17 miljoen bondscoaches. Voor niemand is het leuk. Je geeft steeds complimenten, hoe goed de Nederlanders het doen. Dat we het sámen moeten doen. En dan komt de eerste journalist. Die vraagt wat erin zit voor hem en alle anderen die het zo goed doen. Kleuter. Wil je een sticker? Zo één met smiley en een dikke duim? Met eronder; goed gedaan! Blijkbaar ben je gezond genoeg om daar aanwezig te kunnen zijn. En waarschijnlijk word je betaald om kritische vragen te stellen. Dus ook nog een inkomen. Maar er is verschil tussen respectvol en kritisch. Tussen medeleven en oordelen.

Ik had een slechte nacht voor de persconferentie. We hebben een basisschoolkind dat dolgraag weer echt contact wil met zijn leeftijdsgenootjes. Hij houdt zich goed maar ik zie dat hij het nodig heeft. Wat als de scholen weer open gaan maar er niet genoeg duidelijkheid is over de overdracht van de ziekte van kinderen naar volwassenen? Ga ik dan zeggen dat hij niet naar school mag om mij? Dat hij nog altijd niet met zijn vriendjes kan spelen? Ik weet dat hij dat verschrikkelijk zou vinden. Maar dan vooral om mij. En het laatste wat je wilt is dat je kind zich zorgen maakt om zijn moeder. Gelukkig was er goed nieuws. De bevindingen zijn goed genoeg om er vertrouwen in te hebben dat de kinderen het niet overbrengen. Spannend blijft het wel. Ik vertel hem dat hij weer kan gaan spelen. Naar school kan. Maar dat ik wel de betreffende ouders informeer dat het belangrijk is dat er niemand in het gezin verkouden is. Eigenlijk wat nog steeds de richtlijnen zijn. Hij barst in tranen uit. ‘Ik wil jou niet besmetten, ben zo bang dat je ziek wordt door mij.’. En dan komen weer de vragen over mijn kanker. Ik zal het kort houden. Hoe ouder hoe wijzer. Ik kan hem geruststellen maar ben zelf niet gerust.

De hele situatie nu werpt me terug naar mijn diagnose, behandeling, herstel. Naar het medeleven van anderen, het aannemen dat alles al snel weer normaal zou zijn. Het oordelen en vinden hoe je om moet gaan met een ziekte. Niet klagen, maar kijken naar wat er wel is. Hoe we daar een weg in hebben gevonden, geaccepteerd hebben dat iedereen anders met een situatie omgaat. En dat je niet weet hóe je ergens mee om moet gaan als je het zelf niet hebt meegemaakt. Begrip hebben daarvoor.
Nu komen de verhalen van de coronapatiënten. Hoe heftig ziek ze zijn geweest, hoe pittig het herstel is. Er is veel aandacht voor. Ik snap het. Het lijkt op mijn behandel- en hersteltraject. En dat was zwaar. Het lukt me niet altijd om in te slikken ‘ik ken het’. ‘Zo ongeveer was het bij mij ook.’ Met in gedachten de wetenschap dat het mij een tijdelijke adempauze geeft. We kennen de impact van een zieke ouder binnen het gezin. Binnen de familie. Je naaste vrienden. De nasleep. En dit alles zorgde de laatste week voor rommel in mijn hoofd. Want waar het duidelijk is dat corona een keer ophoudt, de Kahler doet dat niet.

Toch zijn we goed in het relativeren. Want we hebben al wat jaren les gehad in onvoorziene situaties. Ziektes, onverwachte sterfgevallen, gedoe. Waarop ieder mens anders gereageert. En zo’n reactie kan je alleen maar respecteren. Wat je zelf er ook van vindt. Omzien naar elkaar is nu de hoofdboodschap van de overheid. Omzien naar elkaar is altijd al de boodschap van het leven geweest. In welke situatie dan ook. Zelfs de gezonde, alles gaat goed situatie. Omzien naar elkaar geeft rust, ruimt de rommel in je hoofd op. Daar kan geen sticker tegenop.

Klootzakken

Dit zou een vrolijk blogje worden. Dat had ik me voorgenomen na het schrijven van de vorige. Even wat luchtigs, ontspannen. We gaan namelijk weer de feestweken in. Deze week waren we 15 jaar getrouwd, Stijn wordt van het weekend 10 jaar. Lekker stilstaan bij de leuke dingen! En mijn bloeduitslag zal ook wel meevallen. Dus niet.

Gisteren belde mijn arts. De m-proteïne is gestegen naar 16. Bam. Die had ik niet aan zien komen. De overige waardes zijn nog goed. Daarom pas over 2 maanden weer controle. En het kan evengoed nog stabiliseren zei ze. In mijn achterhoofd speelt de informatie die ik heb in recordtempo af. Behandelen bij een waarde van rond de 20, advies van de landelijke Hematologievereniging; stel behandelingen zoveel mogelijk uit in deze tijd…. 
Ondertussen praat de arts verder. Of Alfred nog op het werk komt. In principe werkt hij thuis maar er is wel druk dat hij zich op het ziekenhuis laat zien. Terwijl er meerdere collega’s ziek zijn geworden. Ze drukt ons op het hart dat hij thuis blijft. Het is niet veilig voor jou, zegt ze. Als het nodig is wil ze wel even bellen met deze of gene. En de volgende keer wordt er thuis bloedgeprikt. Geen onnodige risico’s. Getsie. Dat de waardes zo stijgen is al naar maar het hele corona gedoe maakt het nu wel erg eng. Zonder dat laatste is het allemaal al stom genoeg. 
Geen fijne dag gehad dus. En een gezellig blogje leek ook ver weg. Voelde me even niet zo positief.

Vanmorgen, toen ik achter de computer ging zitten, vroeg Stijn of ik een spelletje wilde doen. Hij had duidelijk even aandacht nodig. En zoals de meeste ouders nu, heb ik hooguit een kwartier dat ik even alleen ben. Knap, hoe de kinderen en thuiswerkende man elkaar afwisselen en dan mij als uitklep beschouwen. Maar goed, met liefde hoor!.
We gingen Stijns favoriete kaartspelletje doen. Klootzakken. Ik was nog niet aan het woord gewend, tot vandaag. Hoe een gewoon woord een scheldwoord kan worden. En een scheldwoord een gewoon woord. Kanker, klootschieten, klootzakken, corona. Het is allemaal relatief. Ik heb drie keer verloren. Van de drie potjes. Stijn blij, ik blij. Straks gaan we gezellig ons rondje lopen/steppen. Ondertussen vaste prik.
Man en Stijn zijn weer boven aan het werk, de puber zit nu beneden. Ga maar even wat drinken voor hem maken. Want anders drinkt ‘ie te weinig. Ha, de volgende komt de trap af. (Echt waar!) Stelletje…..

Lichtpuntjes!

Het spookhuis

Terwijl het spannend blijft wie er corona krijgt en in welke mate, blijft het hier ook spannend wat mijn kanker op het moment doet. Vorige week moest ik weer bloedprikken. Voor de zekerheid maar even een mailtje gestuurd of ik nog ergens rekening mee moet houden. Dat hoeft niet, ik mag nu echter wel op de voorrangsknop drukken. Vanuit de media en via Alfred weet ik dat het ziekenhuis nu anders is dan anders. Ik was er echter niet op voorbereid dat het nu een spookhuis is.

Voordat ik door de draaideur naar binnen ga, lees ik op de borden dat ik linksaf moet slaan. Rechts staan 2 handhavers. Twee dames staan achter snel inelkaar gezette balies met houten poten en plexiglas. Maar ik ben direct afgeleid door de formule 1 vakjes die aangeven waar je moet staan. En het oudere echtpaar dat hun hoofd door het plexiglas heen lijkt te willen steken terwijl ze opgewonden praten. Terwijl ik mij in een startpositie plaats word ik geroepen. Oja, er staat nog een mevouw. Aan een infuuspaal voor het hokje hangt een ontsmettingspompje. De vrouw vraagt of ik keelpijn heb, koorts of verkouden ben. Na ontkennend te hebben geantwoord mag ik doorlopen. Mijn normale weg wordt geblokkeerd door poefjes. Met, voor mij ondersteboven, de tekst ‘geen uitgang’. Ik loop er omheen en kijk in de schemering. Het anders zo gezellige restaurant is dicht. Het winkeltje is leeg. Er staan nog maar een paar tafeltjes en stoeltjes, ver uitelkaar, in examenopstelling. Ik wil een foto maken van de sombere aanblik maar vind het toch ongepast. In de wachtkamer van de prikpoli is het ook schemerig. Op de meeste stoeltjes staan rode kruizen, om afstand te creëren voor de wachtenden. Normaal zit er zeker een man of 10, nu maar 2. Eenmaal achter de balie lijkt alles weer gewoon zoals het was. Volop licht, een verpleegkundige zonder mondkapje of handschoenen. Die hebben ze vast elders harder nodig.
Als ik terugloop, loopt het bewuste echtpaar me tegemoet. Zij staat stil, maakt een beweging naar de man en zegt dat hij door moet lopen. Zij mag niet mee. Hij kijkt ontredderd. Wat een nare, verwarrende tijd. 

Zojuist belde het ziekenhuis. Mijn afspraak wordt een belafspraak. Prima. De wereld staat even stil omdat het moet, ik hoop dat mijn kanker meedoet.

Het virus

Uiteraard kan ik er niet om heen om ook nog even wat te zeggen over het rondgaande virus. Er zijn al wat mensen die gevraagd hebben hoe het nu voor mij is en ik zou bij deze willen zeggen: Welkom in mijn wereld!

Vier jaar geleden stond ónze wereld op zijn kop en draaide de rest van de wereld gewoon door. We moesten rekening houden met een onvoorspelbare, fatale ziekte. Met een daardoor tot stand gekomen lichamelijke beperking én een verminderd immuunsysteem. Dat laatste ook mede mogelijk gemaakt door de chemo en de SCT. De nu voorgeschreven regels van het RIVM werden voor mij normaal. En dan valt je op hoe onhygiënisch de rest van Nederland is. Hoesten boven de groenten in de supermarkt, met je vuist voor je mond, om vervolgens met diezelfde hand alle tomaten gaan bevoelen. Niezen in je hand voordat je met diezelfde hand de deur van het restaurant opent. Handen wassen in de keuken na het gebruik van het toilet. Met een beetje geluk wel met zeep voordat de handen aan de keukenhanddoek worden afgedroogd.
Daar sta je dan met gruwel naar te kijken, met je verminderde weerstand. Je verhoogde risico op longonsteking. Die het kan gaan winnen van je zwakke immuunsysteem. Dus veel handen wassen, niet aan mijn gezicht komen, desinfecteergel bij de hand. Want hé, ik ben degene die ziek is, dus het is mijn eigen verantwoordelijkheid. En maar hopen dat mensen die op bezoek komen zich bewust zijn van hún verantwoordelijkheid naar mij toe. En niet met achteloze arrogantie denken dat zíj geen ziektekiemen bij zich kunnen dragen. Want zelf zijn ze nóóit ziek. Zoals zoveel mensen in openbare gelegenheden. Dat is overigens ook de reden waarom ik op verjaardagen niet meer uit de gezamelijke bakken nootjes en chips eet. Of geen eten proef in supermarkten, blokjes kaas op de markt en….

Nu staat de héle wereld op zijn kop. Iedereen in thuisisolatie. Zat ik vier jaar geleden ook dus voor mij geen nieuws. Alleen voel ik me nu een stuk beter dan toen. En ik moet zeggen dat ik dat graag zo wil houden. Want dit virus slaat op de longen. Een kwetsbaar orgaan voor mij. Nu mijn kanker weer wat actiever wordt, wordt mijn immuunsysteem zwakker. Want die probeert tevergeefs de kanker weg te krijgen. Vandaar dat onze kinderen 2 weken niet met andere kinderen mogen spelen. En Alfred thuiswerkt. 

Natuurlijk baal ik ook stevig. Juist omdat ik weet dat ik weer een behandeling krijg, wil ik het er nu een beetje van nemen. We hebben een voorseizoensplek op een camping in de buurt gehuurd. Om eens uit te proberen. Maar ja, kunnnen we daar ooit wel heen. We hebben een seizoenspas gekocht in de voorverkoop voor een pretpark. (sst… weten de jongens nog niet). Maar ja, kunnen we daar wel optimaal gebruik van gaan maken. En zo is er voor iedereen wel een teleurstelling of onzekerheid wat betreft inkomen, voortbestaan van een bedrijf etc.

Als alles weer een beetje op gang komt is het gevaar voor mij niet geweken. Misschien wordt het dan juist wel groter. Ik blijf tenslotte bij de risicogroep horen. Het virus is niet ineens weg. En ik hoop dat heel Nederland dan blijft beseffen dat hygiëne belangrijk is. Je niet zomaar van je af hoeft te hoesten of je snot in het rond te sproeien. Juist om de mensen om je heen te beschermen. 

Wij gaan hier met goede moed weer het beste van maken. We zijn tenslotte min of meer gezond. Hebben voor hetere vuren gestaan. Genieten van wat de dag ons brengt. Want elke goede dag is er weer één!

Iets leuks

Enkele weken geleden schreef ik dat ik in de zenuwen zat voor de bloeduitslag en ‘iets leuks’. Nu bleek na de uitslag dat de zenuwen nagenoeg weg waren en dat die dus vooral daarmee te maken hadden. Ik kondig niet graag op internet aan dat we op vakantie gaan, vandaar dat ik niks wilde zeggen. Maar Alfred en ik zijn naar New York geweest!

Vlak na het boeken hiervan kwam aan het licht dat ik verdere onderzoeken nodig had. Er was een lichte angst dat we de hele boel konden annuleren. De voorbereidingen stelde ik dan ook uit tot er bekend was dat we echt konden gaan. En toen ik de boel eenmaal in gang had gezet hoorde ik steeds meer verhalen over strenge douane, lichamelijk gefouilleerd worden (auw), en weigeringen zonder reden om het land in te komen. Ik moest ook nog mijn plantaardige, niet overal erkende en geaccepteerde, pijnstilling meenemen. Dat koste drie verschillende stempels en handtekeningen op een vodje. Voor de laatste stempel was zelfs een bezoek aan de rechtbank nodig. Maar toch, gaan ze dit goedkeuren? Een lange reis, veel in de rij staan, kom ik niet zo kapot aan dat ik de rest van de dagen daarvan moet bijkomen? Je kunt je afvragen waarom we er dan ook aan beginnen, als ik zoveel bezwaren heb. Wat een luxe gezeur. Tja, ik denk dat als ik niet ziek was geweest we dit helemaal niet hadden gedaan nu. Zomaar naar New York. En waar een wil is, is een -in mijn geval hobbelige- weg.

Op aanraden van een vriend vroeg ik assistentie bij de vliegvelden aan. We melden ons bij een balie, lieten de papieren zien. Ik werd in een rolstoel gezet en bij douane 1 langs de rij gereden om direct door te kunnen. Alle zorgvuldig ingepakte medicijnen en vloeistoffen in de doorzichtige zakjes konden gewoon in de koffer blijven. De medische en gelegaliseerde verklaringen ook. Douane nummer 2 van hetzelfde laken een pak. Binnen een mum van tijd zaten we in een wachtruimte om naar de gate gebracht te worden. Easy peasy. Letterlijk en figuurlijk er doorheen gerold. Wat een service, wat een energie scheelde dit! Eenmaal in Amerika was ik door de vliegreis doodop. Maar ook daar werd ik in een rolstoel gezet. Twee keer een foto, twee keer vingerafdrukken, twee vragen verder en hup, naar de taxi!

Totaal gevloerd liet ik me om half 2 ’s nachts (onze tijd) op het hotelbed zakken. Om de volgende ochtend 6 uur lokale tijd wakker te worden. Het begin van een imponerende vakantie. Wat een stad! Zoveel te zien, zoveel indrukken. We hebben gefietst in Central Park, een boottochtje gemaakt, op Top of the Rock gestaan, 9/11 memorial bezocht, Chinatown, Times Square en veel gegeten. Op de laatste ochtend MoMA bezocht. Rust in de grote stad. Daar the Starry Night mogen bewonderen, een van mijn favoriete schilderijen.

Nu we weer een week thuis zijn is het nauwelijks te bevatten dat we geweest zijn. Niet zijn tegengehouden op wat voor manier dan ook door mijn medische geval. Een fantastische ervaring, in alle opzichten!

Gekkengetal

Gisteren op controle geweest en de m-proteïne is gestegen naar 11. Met een slakkengangetje omhoog dus. We waren erg gespannen want medisch gezien zou een sprongetje niet gek zijn geweest. En een sprongetje betekent sneller richting behandeling. Met dit tempo kan de eerste voorspelling van de arts van het UMCU bijna de prullenbak in; binnen een half jaar starten met behandelen. Dit stelde ze overigens wel bij toen bleek dat de activiteit weer stagneerde. We hebben het nu ook nauwelijks over een behandelplan gehad. De opties zijn helder. En wie weet komt er over een tijdje wel wéér een andere behandelmogelijkheid. 
Twee jaar geleden was er ook een lichte stijging en die stond uiteindelijk ruim anderhalf jaar stil. Hoofdschuddend en met een lachje bracht de arts me weer terug naar de realiteit. Toen ik zei dat ik graag de dingen anders deed dan anders, lachte ze hardop. ‘Nou, graag’, zei ze. ‘Het blijft tenslotte een grillige ziekte.’ 

In deze weken naar het carnaval vind ik 11 ook wel een mooi getal. Laten we gek doen, alaaf!

Zenuwen

In vroegere tijden was het niet vreemd als een vrouw, met name een uit de hogere kringen, momenten had waarbij ze last had van haar zenuwen. Dit zorgte voor zogenaamde flauwtes en lekker in bed liggen om nog meer bediend te worden. Een makkelijke manier om even onder je plichten en verantwoordelijkheden uit te komen. Waarschijnlijk werden die zenuwen vooral veroorzaakt door hormonen, korsetten en de figuurlijke keurslijfen. Opmerkelijk dat de arbeidersklasse daar minder last van leek te hebben.

De afgelopen 2 weken had ik ook last van mijn zenuwen. Mijn hormonen worden kunstmatig redelijk onder bedwang gehouden en van korsetten en keurslijfen is nu geen sprake meer. Maar er waren toch echt dagen dat ik lekker in mijn bed wilde blijven liggen om de wereld even de wereld te laten. De dagelijkse ‘verplichtingen’ sjorden me er echter toch uit en met frisse tegenzin dwong ik mezelf om de dingen te ondernemen die ik normaal ook deed. Die zenuwen hadden twee redenen. De eerste is dat ik over 2 weken weer een controle heb en ik vind dat enorm spannend. Kom ik dichter bij een behandeling of is de boel nog stabiel? Dat ik daar wat zenuwachtiger voor wordt heeft ook te maken met het feit dat ik teveel over de behandeling heb gelezen. De bijwerkingen. Waar ik niet persé last van hoef te hebben natuurlijk. Helaas kon ik het nu even wat minder snel parkeren dan anders. Tot maandag. Toen heb ik bloedgeprikt en was het klaar. Niks meer aan te doen, dat idee. Het korset zit weer wat losser.

De tweede reden van de zenuwen is omdat er wat leuks op stapel staat. En het is enorm genânt dat ik daarover ‘klaag’. Maar ik vind het gewoon ook erg spannend om verschillende redenen. Afgelopen weekend heb ik met Alfred even wat dingen op een rijtje gezet waardoor de spanning is afgenomen tot een aanvaardbaar niveau. Meer de opgewonden spanning van ergens naar uitkijken is het nu. Wat dat is? Dat ga ik vertellen als het geweest is … 😉 

Het duurde me te lang maar ik heb mezelf weer herpakt en ben klaar met de drama. Ik behoor toch tot de arbeidersklasse. Schouders eronder en geen lama-drama maken.
Tijd voor zon. Dat scheelt ook.

Belasting

Wij waren er van overtuigd dat als een van ons zou komen te overlijden, de ander automatisch erfgenaam was. Omdat we in gemeenschap van goederen zijn getrouwd. En zoals dat gaat als we beide overtuigd zijn, dan wordt er niks opgezocht. Totdat mijn vader ons vroeg of we dat geregeld hadden. Hij was namelijk weer ingelicht door een vriend die er helaas te laat achter kwam. Te laat achter het feit dat als je partner overlijdt, de kinderen direct recht hebben op hun erfdeel. Dat erfdeel hoef je niet meteen uit te keren maar…. er belasting over betalen moet wel! Wat nou als je dat geld niet hebt? De boel verkopen omdat de belasting wil innen? Ik ben nog steeds verontwaardigd. Ook omdat ik weet dat na het overlijden van mijn schoonvader er al snel een blauwe enveloppe tussen de rouwkaarten op de mat lag. Met daarin het berekende ‘vermogen’ van mijn schoonouders op de dag dat mijn schoonvader overleed. Nog ver voordat de rekening van de uitvaart binnen was.

Dus wij naar de notaris. Als een van ons nu overlijdt gaat alles naar de partner. Wel wordt alvast berekend welk deel voor de kinderen is. Dat vind ik bizar maar zo is het nou eenmaal. De notaris berekende ons vermogen. Daarbij hoort ook de waarde van je woning. Met de huizenprijzen van nu is dat een mooie melkkoe voor de overheid. Want de erfenis wordt bepaald op het moment van overlijden. Als de andere ouder overlijdt hoeven de kinderen pas af te rekenen met de belasting. Maar ookal zal het huis dan misschien een ton minder waard zijn, ze moeten evengoed over de erfenis van de eerst overledene belasting betalen over de waarde van toen. Als het andersom is heb je als kind natuurlijk ‘geluk’. Dat dan weer wel. Geneuzel vind ik het. Maar ik ben blij dat we het nu zo goed mogelijk geregeld hebben. Zijn er wat dat betreft geen onverwachte verrassingen.

Wat dat betreft. Want nu is de belasting toch weer in de war. Dat kan iedereen volgen met de schandalige werkwijze wat betreft de kinderopvangtoeslag. Die hebben wij al jaren niet meer dus daar hoef ik me geen zorgen over te maken. Hoewel ik neiging heb om daar nog eens kritisch naar te kijken. Nee, wij krijgen opeens aanslagen en een toeslag berekend over 2018. Het jaar dat ik afgekeurd ben. Of de aanslagen kloppen? Ik denk het niet want we hebben al een nul rekening gehad over 2018. Maar goed, ook de gewone mens kan fouten maken.
De toeslag van €49,- per maand aan kindgebondenbudget klopt zeker niet. Nooit aangevraagd natuurlijk. Alfred heeft nog steeds een full-time salaris, we zijn niet gescheiden, we leven nog, hebben geen schulden etc. Bovendien zouden we met zo’n bedrag aan kindgebondenbudget ook zeker recht hebben op een flinke zorgtoeslag. Maar die krijgen we dan weer niet. Tijd om te investeren in een goede en betrouwbare accountant. 

Belastingdienst bedankt. Ik hoop dat het toch leuker wordt.

December

Zo, de maand die wat beladen zou zijn is achter de rug. En niet zozeer beladen om mij, maar om het gemis van mijn schoonvader. Sinterklaas, zijn verjaardag, kerst en oud en nieuw. Allemaal eerste keren zonder. We zijn niet de enige die hier mee te maken krijgen. Het zal ook niet de laatste keer zijn. Toch moeten we er wel even mee dealen. En ik merk dat dat voor mijn echtgenoot wel wat pittig is. Juist omdat hij het verdriet van zijn moeder hoort. Zijn eigen verdriet heeft. Zijn zorgen om mij. Opluchting omdat ik wel overal bij kan zijn. Nog wel. Op het moment dat dat ‘nog wel’ omhoog piept, drukken we dat beiden weer weg. Zo willen we namelijk niet leven. En dat doen we ook niet. We hebben echt fijne dagen gehad met de familie en met elkaar. Zijn een nachtje weggeweest met de kinderen. Samen een dagje sauna. Het helpt echter wel dat het nu weer gewoon januari is.

Een nieuw jaar. En ik kijk ernaar uit. Vastberaden om de medische wereld een stunt te laten zien. Plannen hebben we genoeg, zoals altijd. Maar een zomervakantie boeken we nog maar even niet. Onder het mom van ‘we gaan last-minute kijken wat het weer doet’. Om vervolgens een fantastische zomer te hebben!

Zover zijn we nog niet en ik wil graag afsluiten met een stukje uit mijn eerste blog van vorig jaar. De wens is uitgekomen en opnieuw uitgesproken;

(..)alle waardes wederom stabiel zijn gebleven! We kunnen dus weer even door. Terug naar de mentale rust, de hoop. De hoop dat we 1 januari 2020 weer gewoon buiten proosten met de buren. Zoals de buurman zei: ‘Dat het maar net zo’n jaar mag worden als afgelopen jaar en we volgend weer gewoon hier buiten staan, zoals nu.’

Kattebel

Even snel een krabbeltje. Ik ben net een beetje opgeknapt van twee weken griep, bij- en voorhoofdholteontsteking. Daar gingen m’n kerstmarkten, kerstwinkels, en alle andere sfeervolle of kitscherige evenementen. Maar goed, overmorgen is het kerst en ik kan dat gewoon vieren met de familie. Wat dat betreft is het een goede timing geweest. Als ik in de lotgenotengroep ‘griep’ en ‘bijholteontsteking’ opzoek, krijg ik genoeg hits. En een reactie van mezelf van vorig jaar komt boven. Even een oja momentje. De hygiënemaatregelen moeten weer even opgeschroefd worden. Ook bij de mensen om mij heen. Bij deze start ik dan ook de actie; Help Evelien de winter door! 😉

Door de griep heb ik de afspraak met mijn eigen arts gemist. We hebben even telefonisch contact gehad. De m-proteïne staat volgens de metingen hier nog gewoon op 10! Sorry dat ik iedereen heb laten schrikken met de dramatische 12. Maar hé, ik doe dit ook allemaal voor het eerst hè?!
Over twee maanden pas weer controle en dan bespreken we rustig de aanbevelingen vanuit het UMCU.

Voor iedereen hele fijne, liefdevolle feestdagen en een gemoedelijk nieuwjaar!!!