Author : admin

Trots

Hoe voel je je/valt het mee of valt het tegen/ben je erg beroerd/gaat het goed etc.

Veel van dit soort vragen de afgelopen week en ik vond het soms moeilijk om te beantwoorden. Omdat het allemaal net weer begon. En die achtbaan toch wel heel snel ineens naar beneden dook. Máár, gelukkig kwamen die vragen wel. Ik heb mij de afgelopen week gerealiseerd dat het wel heel erg eenzaam zou zijn als je die vragen niet meer zou krijgen. Het toch als ‘gewoon’ ofzoiets gezien zou worden. Maar goed, voordat ik hierover doordraaf, ik denk dat ik nu wel voorzichtig een eerste balans kan opmaken.

Nou, ben je erg beroerd? Bij de eerste chemo werd ik toch wel overvallen door de hoeveelheid extra’s die erbij kwamen. Infuusje tegen nierfalen, botversterkertje, hartfilmpje… Niks ernstigs maar ik was mentaal nog niet helemaal bij door de snelle start. Vervolgens voel je je lijf werken, word je moe en realiseer je je dat je je de komende tijd weer niet fit gaat voelen. Op zijn minst. Terwijl je twee dagen ervoor nog lekker aan het trainen was bij de fysio. En drie dagen ervoor…. Dan thuis komen van de eerste chemo. Onderzoekende blikken van de kinderen, een snelle blik op het verband om mijn hand waar de infuusnaald nog in zit (Alfred had ze dat al verteld). Eerst maar eens mijn bed in. Daar even tot rust gekomen om vervolgens tot de ontdekking te komen dat de dexa zijn werk doet. Ik ga naar beneden en spring in op de muziek die de jongens ophebben. Ze liggen in een deuk en roepen dat ik hyper ben 🤪. Aan de koffie. Die smaakt niet zoals die hoort te smaken. Bijwerking smaakverandering: check.

Nou, valt het mee of valt het tegen? En om wat korter van stof te zijn; ik heb een grieperig gevoel (lenalidomine), snel moe (alles bij elkaar), last van obstipatie (later in de week trouwens niet meer, alleen na de dexa), voelde vlammende pijn in aangestaste botten (Zometa), en ben duizelig (lenalidomine). Om in beweging te blijven heb ik mijn dagelijkse taken opgeëist. Want als je je grieperig voelt, lig je het liefst te hangen op de bank. En dat wil ik voorkomen. En die dagelijkse taken lukken! Ik ga wel extra liggen na het avondeten. En tussendemiddag is het ook wat eerder op.

Nou, hoe gaat het nu? De chemo van vandaag was een rustige. Alleen chemo en spoelen. Wel extra chemo, dat dan weer wel. Om de kortademigheid onder de dexa te kunnen schuiven (vergeten te noemen bij de bijwerkingen), krijg ik morgen misschien een hartfilmpje. Die kortademigheid lijkt nu overigens wel minder erg te zijn.

Nou, hoe voel je je? 
Trots. Trots als een pauw. Op mijn mannen. Die rustig de balans proberen te zoeken tussen mij ondersteunen en zichzelf niet vergeten. Alfred die gepast mijn eerste onredelijkheid negeert. En zoveel meer doet. En ook gewoon werkt. Rowan die toch echt zijn pubertijd inrolt, een pittig schooljaar krijgt. Die zijn humor erin durft te houden en evengoed af en toe de spot drijft met mij. Over mij. Stijn die lekker in de overgang zit van kind naar prépuber. Die opgelucht verzuchte dat het hem nog allemaal meeviel. Die koffie voor me wil zetten uit zichzelf, en me toch extra naar boven laat lopen omdat hij het zo fijn vindt om ’s ochtends uit bed geplukt te worden. En ja, ook trots op mezelf. Want we doen het maar mooi. Zonder de impact te bagataliseren. Uiteraard helpt de warme deken van familie en vrienden daar heel hard aan mee. Daarom bij deze voor jullie een dikke pluim. Of pauwenveer.

NB. Het is nu 01.12 uur. Ik was iemand met wat minder energie dan sommige anderen. En nu héb ik voor het eerst in mijn leven minstens zoveel energie om ook eens een nachtje flink door te halen, zijn de nachtclubs en discotheken gesloten….

Stroomversnelling

Zo, de eerste chemo zit erin! Een rommelige start maar wel een goed begin….

Tijdens het laatste gesprek met de arts waren we het er over eens, dat we deze week zouden moeten starten. Ik krijg namelijk steeds meer pijn aan mijn ribben en de aanhechting van de spieren die daaraan vast zitten. Ook voel ik mijn sleutelbeen zitten. Heel gek gevoel. En om botbreuken te voorkomen, eventuele nieuwe blijvende schade, is een snelle start zeer gewenst. Helaas werd door de corona- en vakantietijd de eerste chemo op 3 september gezet. Mentaal vond ik dat eigenlijk wel prettig. Nog even bewust genieten van wat rustige dagen. Voorbereidingen treffen, pillendoos uit het stof halen, een keertje extra naar de fysio…
Dinsdagochtend ging de telefoon. Je kan aankomende donderdag starten. Tjee, dat hakte erin. Nu wilde ik niet meer. Maar ik wist dat het verstandig zou zijn. Want als ik een week zou wachten en in die week zou er toch wat breken… Dan was ik heel boos geweest. Op mezelf. Nu was ik boos op de verpleegkundige. Ze gooide mijn hele hoofd in de war. Ik zei dat ik terug zou bellen. Overleggen met Alfred, hoewel ik wist dat we ervoor moesten gaan. Hij reageerde bijna enthousiast. Van opluchting. Vandaar dat het circus nu echt begonnen is;
meteen bloedprikken die dag. Volgende dag twijfelachtige informatie van de oncologie-verpleegkundige. Gelukkig zijn we ervaren en bewaarde ik de twijfelantwoorden voor de verpleegkundigen op de chemo-unit. Nog even snel een tas medicijnen ophalen, want donderdagochtend met dat ontbijt starten. Pillendoos schoonmaken. Blijkbaar was ik daar zo klaar mee dat ik die met medicatiekruimels en al heb opgeruimd.

Op de chemo-unit kreeg ik inderdaad de meer ervaren antwoorden die ik had gewild. (niks ten nadele van de oncologie-verpleegkundige overigens, ik snap dat veel informatie ook ervaring is met de kuur, en deze wordt niet zoveel gegeven in ons streekziekenhuis).
Even zoveel mogelijk feiten op een rijtje, de informatievoorziening is zo groot, het is soms zoveel tegelijk, dat ik vast e.e.a. ga vergeten te melden.

– 3 weken op donderdag en vrijdag een chemokuur. Totale duur per kuur 5 uur. (dus 2 uur meer dan de oncologie-verpleegkundige dacht)
– Eerste twee giften (deze week) een lagere dosering chemo om te kijken hoe ik reageer.
– Er is een hartfilmpje gemaakt om bij eventuele latere klachten vergelijkingsmateriaal te hebben. (was van te voren niet gemeld of geregeld)
– Een keer in de 3 maanden een botversterker. Een andere dan de vorige keer. Zometa. De eerste zit er in.
– Extra infuus tegen nierfalen. Morgen bloedprikken om die stand te bekijken. Bij goed gedrag hoeft dat later niet meer. (was niet gemeld)
– De diëtiste stond aan mijn bed. Maar die dacht dat ik alles nog wel wist, mijn voedingspatroon van toen zag er goed uit, mijn gewicht was redelijk stabiel de afgelopen jaren. Ik had vast geen vragen. Ha, toch nog wel. Voor de zekerheid. Andere chemo hè?
– De vierde week is een rustweek. Dan mag ik ook stoppen met de chemopil die ik dagelijks (met steeds een rustweek) zal blijven slikken tot ik er niet meer tegen kan of tot de kanker weer actief wordt. Voor de geïnteresseerden; lenalidomine of revlimid.
– Mijn infuus mag een nachtje blijven zitten dus ik hoef maar één keer in de week aangeprikt te worden. Hoera!
– De volgende cyclus van drie weken zal plaatsvinden op de andere locatie van het ziekenhuis vanwege corona.
– Volgens mij krijg ik in de rustweek een gesprek met mijn arts en een bloedcontrole om te kijken of de chemo al iets gedaan heeft. Misschien zie ik haar morgen nog even.
– De dexamethason hoef ik alleen op donderdagochtend in te nemen. Hopelijk is de hyperactiviteit daardoor uitgewerkt als ik ga slapen. Het is nu zo’n 12 uur na inname en ik kan vertellen dat mijn hoofd nog flink aan staat. Maar dat kan ook komen van de adrenaline van alles, de vele informatie, de opluchting dat het vrij goed gaat.
– De kinderen hebben in alle rust kunnen ervaren hoe ik thuis kom, hoe ik ben. Dankzij de vakantie. Dat leek me eerst een nadeel. Nu ervaar ik het als voordeel. Ze vinden het erg grappig dat ik zo actief ben. Geeft veel lucht. Lachen is gezond.

Kortom; ik ben bekaf maar zo blij dat ik mij niet heel ziek voel. En ja, dat kan zeker komen maar een goed begin…. Óp naar dag 2!

Oja, de foto. Dat is mijn ‘zorgmap’ en informatiefolders/bijwerkingenmap (16 pagina’s voor één middel, die ga ik maar als naslagwerk gebruiken) Niet alles hoeft saai en taai te zijn, we maken er wat van 😎

15 minuten

‘Eens kijken of ik in een kwartier een blogje kan schrijven’, zei ik hardop. In de wetenschap dat dat ‘m niet gaat worden. De foto uitzoeken kost me soms al een kwartier. Te kritisch. Maar ik ga er nu toch voor. Even kort een update, later meer.

We hebben kunnen genieten van een hele ontspannen vakantie in Friesland. Prachtig weer, prachtige luchten, en mooie momenten samen. De dag na terugkomst de bloeduitslag. Die was minder mooi; m-proteïne op 36. 15 punten gestegen in 8 weken tijd, dat was even schrikken.

Gisteren naar het VU, vanmorgen naar mijn eigen arts. Het advies is unaniem. Wederom een sct. Of ik dat zie zitten. Of ik dat wil. Nee, dat wil ik niet, zie ik niet zitten. Maar ik ga het wel doen. Wat moet dat moet en als dit de beste optie is, dan gaan we ervoor. Volgende week een afspraak met de oncologie-verpleegkundige voor uitleg en informatie over de kuur, volgende week of die week erop starten met de eerste chemo’s. De aanvraag voor het inplannen van de sct in Utrecht is de deur uit. Deze week per post de eerste info over het chemotraject zodat ik me vast kan inlezen.

De jongens weten het nu ook. Het hoge woord is eruit. Het moeilijkste van de hele situatie is niet de chemo, niet de sct, maar de kinderen. De klap kwam aan bij ze, maar ik denk dat we hem goed hebben kunnen opvangen. Een goed begin van een hobbelige weg.

Nog één minuut. Het is me gelukt! Later meer.

Blast from the past

Heel wat jaren geleden zag ik samen met mijn zus de film zoals genoemd in de titel van dit stukje. (Een man verblijft samen met zijn vrouw en babyzoon zo’n 30 jaar in een schuilkelder omdat hij dacht dat er een nucleaireramp zou plaatsvinden. Op een dag moet hun zoon er toch opuit om inkopen te doen en komt in de jaren ’90 voor het eerst buiten die kelder) Fantastische humor en sindsdien is die titel voor ons een aanduiding geworden voor bepaalde situaties;
Zo gingen mijn ouders met ons, toen we kind waren, wel eens winkelen in een grote plaats in de buurt. Jaren later was daar een verbouwing geweest en namen wij mijn ouders mee daarnaar toe. We parkeerden in de nieuwe parkeergarage onder het overdekte centrum en toen de lift boven was keken mijn ouders zó verbaasd, dat mijn zus en ik nagenoeg tegelijk ‘blast from the past’ riepen.

Na mijn hele chemogebeuren kwam ik voor het eerst sinds máánden weer bij het zwembad in de buurt. Daar had ik zo’n momentje. De oude supermarkt vlakbij was vervangen door een nieuwe. En ik had niks gezien van de sloop of de bouw. En dat op een plek waar ik regelmatig kwam door de zwemlessen van de kinderen. Onderweg waren er al verrassingen genoeg, veranderingen van rotondes etc. Alsof ik jaren had gemist. Alfred vond mijn verbaasde kreten hilarisch, dus riep ik zelf ‘blast from the past.’

Vorige week besloot ik om me weer te laten zien bij het winkelcentrum in de buurt. De coronabesmettingen waren(!) wat minder geworden en het moest er toch eens van komen. Dus daar ging ik. Mondkapje mee, één product om te kopen. Heel raar om na maanden weer bij de supermarkt aan te komen. Ik had uiteraard gehoord van de nieuwe procedures, maar waar het voor het winkelend publiek allemaal al heel natuurlijk was, was het voor mij nieuw. De jongen die bij de karretjes stond keek mij raar aan toen ik vroeg of ik er één mocht pakken (was ‘ie schoongemaakt?) en ik keek raar op toen ik de dranghekken binnen zag. De in- en uitgang was alleen een ingang geworden. Snel liep ik naar de koeling maar door de haast in mijn lijf duurde het even voordat ik het betreffende product gevonden had. Nu was ik meteen zo één die stond te dralen en niet opschoot, schoot het door me heen. Vlug naar de kassa. Alsof ik besprongen kon worden door iets. En waar liet ik nu die kar? Eenmaal buiten de winkel moest ik lachen om mijn eigen hysterie en besloot om ook maar meteen postzegels te halen in de naastgelegen winkel. Ah, daar stond een desinfecteerpaal. Ik drukte enthousiast met mijn handpalm op de houder en vervolgens begon de hele paal te schuiven en te wiebelen. Goed, geen stevige constructie maar blijkbaar hoefde ik alleen mijn hand erónder te houden. Melig van mijn gestuntel vertrok ik glunderend naar huis. Alsof ik een hele nieuwe wereld had ontdekt.

Binnenkort wagen we het er op om toch nog even naar een camping te gaan. Zes jaar geleden hebben we daar gekampeerd met de tent, ik ben benieuwd voor welke verrassingen we daar komen te staan…
Of het de meest verstandige beslissing is weet ik niet, maar 18 augustus mag ik me melden bij het VU en 19 augustus weer bij mijn eigen arts. Wat er daarna komt is wederom onzeker en daarom willen we toch even onze zinnen verzetten. Zoals de tekst van het prachtige kaartje dat ik kreeg zegt; we durven te dansen in de regen. Al kunnen we dat gelukkig ook nog goed in de zon! Ik neem denk ik ook even vakantie van dit blog. Al weet je nooit welk verhaal zich ineens ontvouwt….😎

Koekoek

In het bos achter onze caravan zit een koekoek. Prachtig geluid maakt ‘ie. Het toeval wil, dat ik net daarvoor het geluid van de koekoek als melding voor de inkomende berichten van mijn vader had ingesteld op mijn telefoon. Omdat hij ook kan genieten van de natuur. En de koekoeksklok liet ‘afgaan’ voor zijn kleinkinderen toen die wat jonger waren. Die koekoek kreeg vandaag ook nog een andere betekenis voor me.

De scanuitslag. Matige tot lichte activiteit te zien op verschillende plekken in mijn beenmerg. De duidelijkste activiteit in mijn borstbeen en linkersleutelbeen. Dat borstbeen is al een zwakke plek en het verbaasde me niks dat daar activiteit zit. Op sommige momenten werd het daar dusdanig gevoelig dat ik even alert werd. Zou het…. Ja dus. Ook mijn sleutelbeen voelde wel eens niet zo fijn. Maar daar ging geen alarmbel over af. Eng, vind ik deze situatie. Er hoeft nog niet behandeld te worden, daarvoor is de zichtbare activiteit te laag en zijn de bloeduitslagen te goed. De arts weet het verder even niet meer. Tenminste, wat nou écht de beste zet is nu. Het advies vanuit Utrecht vindt ze te wankel. Na een overleg met haar collega’s werd er geopperd om mij door te sturen naar het VU. Daar is een arts die zich volledig richt op multipel myeloom en dat enorm interessant vindt. Goed. Weer een onverwachte wending. 

We praten nog wat en komen erop dat de kinderen nog van niks weten. De arts knikt instemmend, het lijkt haar ook een goed idee om dat pas te doen als we zeker weten wanneer en wat voor behandeling ik krijg. Ik verzucht dat het zeker goed is dat ze het nog niet weten, want ik word er al koekoek van. Stijging, kan hard of zacht gaan. Binnen een half jaar behandelen, of nee, toch niet. Kwestie van weken, nee toch maanden. En dat heb ik niet zelf verzonnen. Het waren ook geen harde beloftes dus geen vinger naar iemand. Het is de enorme grilligheid van de ziekte. De onvoorspelbaarheid.
Het voelt dubbel. Fijn om er op tijd bij te zijn. Fijn dat we de zomervakantie min of meer kunnen overbruggen. Fijn dat ik vanmiddag met Rowan een appeltaart kon bakken. Fijn dat ik morgen weer gewoon mijn verjaardag kan vieren. Maar ik voel me toch een beetje raar. Want in de vakantie heb ik evengoed drie ziekenhuisafspraken. En tussendoor doen we alsof ons neus bloedt. Met stiekem de angst dat de haarden toch agressief gedrag gaan vertonen.

Koekoek!

Appjes

Op veler verzoek stuur ik een berichtje rond via de app als ik een uitslag heb gehad. Sinds vorig najaar zijn de controles wat korter opelkaar en is er dus vaker een update. Dan krijg je als belangstellende veel informatie. De vorige keer kreeg ik als reactie van iemand, dat ze eigenlijk niet zo goed wist wat ze met die tussen-informatie moest. Begrijpelijk. Het leverde een mooie appwisseling op. Geen bericht, goed bericht, is normaal gesproken ook mijn motto. Voor ons persoonlijk is dat in deze situatie echter niet zo. We willen heel graag weten hoe het ervoor staat. Tenminste, op het moment dat er een controle is geweest. Dat zo’n uitslag spannend is, weet je pas echt als je het meemaakt. En een vriendin maakte het per ongeluk mee.
We zaten donderdag aan de koffie en begonnen over de aankomende uitslag. Op het moment dat we zeiden dat de online uitslag de laatste keren pas ná de afspraak met de arts was, gaf mijn telefoon het beruchte piepje. De uitslagen staan online. Zonder nadenken begon ik in te loggen, niet beseffend dat het hart van mijn vriending in haar keel zat. Ze kreeg zomaar een inkijkje hoe het eraan toegaat als dit gebeurt. Hoe onze primaire reactie is. We hebben afgesproken dat we de volgende keer toch écht over ditjes en datjes gaan praten😉.

Gisteren had ik de telefonische afspraak met de arts en de daarbij behorende plannen. Daarna bel ik mijn ouders en vervolgens maak ik een berichtje. Dat was deze keer het volgende:

Vandaag weer een uitslag. De m-proteïne blijven stijgen en staan nu op 21.Binnenkort krijg ik weer scan en naar aanleiding van die resultaten gaan we een stappenplan maken richting een behandeling. De overige bloeduitslagen zijn nog goed!

Een greep uit de reacties:

Hmmm, balen!
-Getverdemme wat een shitnieuws!
-Dank je voor je berichtje
😘
-Wat naar dat ze blijven stijgen
😘
– 
niks. geen reactie

Onze reactie? Heftig dat het zover is. Aan de andere kant ook fijn dat er nu duidelijkheid is. Het gaat onderhand gebeuren. Punt. Waar is dat feestje? Dáár is dat feestje! Stijns verjaardag werd afgelopen weekend gevierd op de camping. Met zijn vrienden. Mooi dat we dat nog ‘onbezorgd’ konden waarmaken!

Neurotisch

Eigenlijk had ik, volgens de officiële tweemaandelijkse telling, vorige week al een uitslag over de huidige stand van zaken moeten hebben. Maar dankzij een overvolle agenda van de hematoloog en het feit dat mijn afspraakaanvraag onderop de stapel is blijven liggen, mag ik nu nóg een week wachten. Tel daar corona bij op, een onverwacht hoge uitslag van de vorige keer, bijna nergens komen, een stijve nek, het zwaard van Damocles en ik begrijp mijn huidige toestand beter. Net iets te hysterisch over het virus (zie mijn vorige blog), onzinnig geratel wanneer ik wél weer eens iemand spreek, te lang doorgaan op een grapje en ach… dit is wel even genoeg.
Vlak voor de slimme lockdown had ik mij voorgenomen om toch eens naar het inloophuis te gaan. In al die jaren had ik er weinig behoefte aan maar ik merk nu dat het toch eens fijn zou zijn om een beetje herkenning te vinden. Gewoon het delen van je gevoelens zonder je te verontschuldigen, zonder voorzichtig daarin te zijn, zonder het gevoel te hebben dat je er wéér over begint, zonder snel te zeggen ‘maar we maken er het beste van.’ Zonder te horen ‘maar het is nu toch goed.’ Want het is nu ook goed. En ik maak er ook het beste van. En geniet ook echt van alle kleine dingen. Ben er ook niet de hele dag mee bezig. Hoef niet zielig gevonden te worden. Ondanks dat lijkt het mij fijn om elders even mijn ei kwijt te kunnen. Bij iemand die het écht snapt. Herkent. Voorlopig zit zo’n bezoekje er nog even niet in en tot die tijd zal ik mijn best doen wat minder neurotisch te zijn. 

Om het afleiden eens over een andere boeg te gooien, besloot ik mezelf te verwennen met een nieuw jurkje. Ik heb genoeg in de kast maar wat voelt het toch fijn om in deze verspillende wereld een onnodige grote doos vol met jurkjes te bestellen. Passen gebeurt in een paar dagen, want dat dat lichamelijk niet in één keer lukt heb ik ondertussen wel geaccepteerd. Helaas blijken de stukken stof om mijn ingezakte peervorm wat anders uit te vallen dan op de rechte modellen van de foto’s, bij wie waarschijnlijk ook nog wat knijpers op de rug zitten. Het bestellen en passen was echter bevredigend genoeg. En anders zijn hiervoor waarschijnlijk praatgroepjes te over. Weer eens iets anders.

Polonaise

Je krijgt echt nog wel een feestje, beloofde ik Stijn toen hij jarig was in april. Binnenkort is Rowan jarig, de maatregelen worden versoepeld en dat leek mij een goed moment om mijn belofte waar te maken. Dat het minder ‘groot’ werd dan in eerste instantie mijn bedoeling was, begrepen de jongens wel. En dat we meteen de verjaardagen van onszelf er ook maar bij vierden ook. Aankomend weekend zou de ene dag mijn ouders met zus en aanhang komen en de andere dag Alfreds moeder met broer en aanhang. Door de weersvoorspellingen besloten we het echter een week te vervroegen. Want binnen vieren is nog geen optie. Dus alle voorbereidingen in de stroomversnelling en knallen!
Wat waren ze jarig, met zijn tweeën. Er moest evengoed een marsepeintaart komen. Deze keer door henzelf gedecoreerd. En ze mochten zelf versiering kopen. Daar kwamen ze hoor, heel bescheiden met cijferballonnen en cijferkaarsjes. Er werd gezongen, de kaarsjes uitgeblazen, cadeautjes uitgepakt. Keurig op afstand. Heerlijk vond ik het, om iedereen weer even ouderwets om ons heen te hebben. De neefjes weer te zien, die opgetogen door de tuin zwierven.
Maar ja, die afstand. Die vervaagde gaandeweg de middag. Ik werd er naar van, dat ik de controle over de situatie verloor . Alfred had me van te voren gewaarschuwd dat ik niet te paranoïde moest doen. En omdat ik er zelf maar niet over uit kom hoe ik me moet gedragen in privégezelschappen, hield ik maar mijn mond. Op één opmerking na. Die schoot even in het verkeerde keelgat bij Alfred en toen wist ik helemaal niet meer. Alle frustratie en onzekerheid borrelde bij me op. Lekkere timing. Ik uitte het door ook maar lak te hebben aan de afstand. Zo. Lekker pûh. Lekker kinderachtig vooral.

Dus lag ik ’s avonds in bed te huilen. Ik vond mezelf zo stom. Waarom? Ik kreeg het allemaal niet op een rijtje. Alfred wel. Die zei ‘je denkt teveel na, ontspan een beetje.’

Na een slechte nacht was het tijd voor verjaardagsfeest deel 2. De andere kant van de familie. Een feestje met een klein rouwrandje. Het randje van gemis. Van een jaar verder zijn. Voor de kinderen een ontspannen feestje. Nichtjes die niet weg te slaan waren bij het zwembad. Twee jarigen die lachend de kaarsjes uitbliezen op de overgebleven taart. Gaandeweg de middag vervaagde de afstand. Maar ook voor mij bleef het een ontspannen feestje. Het was goed zo. En de dag ervoor ook. Ik slaap beter en loop in gedachten de polonaise, omdat de kinderen lekker kind konden zijn.
Als ik de volgende ochtend voor de tweede keer in twee dagen alles sop en alle handdoeken in de was doe (ja, ja, een beetje loslaten is goed maar teveel niet 🤪) vragen de jongens of de rest van de familie en vrienden toch ook nog een keer kunnen komen. Want het was zo leuk om iedereen weer te zien. Ik kreeg er een warm gevoel van, daar doen we het voor! Dus het kan. Buiten. Eén gezin tegelijk. Op de koffie. Vind ik toch wat overzichtelijker op het moment. Die polonaise loop ik liever nog even alleen.

Frisse lucht

Ik heb een sterke behoefte om dagelijks naar buiten te gaan. Ook als het regent. Al is het maar een kwartiertje, ik knap er van op. Als je wat minder mobiel bent kan dat wat lastiger zijn maar waar een wil is, is een weg. En zo kwam het dat ik, toen ik opgenomen was in het UMCU, zelf naar buiten ging. Een uitdaging. Want de weg naar het terras was lang. En een infuuspaal is niet zo handig. En het terras waar ik naar toe kon niet echt geschikt voor infuuspalen. En het mondkapje dat ik op moest was warm. Ja, een mondkapje! Want ik had ondertussen al chemo gehad en die was bezig mijn immuunsysteem plat te leggen. Hoewel het terras grensde aan de kantine voor het personeel en patiënten, trok ik toch veel bekijks. Het was ook geen gezicht. Daarbij het gestuntel met de winkelwagenwieltjes over de ongelijke stoepstegels,langs de te krap opgestelde tafels, stoelen en trappetjes.
De volgende dag ging ik weer. Maar ondertussen begon ik de chemo behoorlijk te voelen. Beneden in de gang rustte ik even uit op een bankje en besloot bij de hoofdingang naar buiten gaan. Daar had ik ook bankjes gezien en het was minder ver dan het terras. Eenmaal daar bleek die hoek met bankjes bedoeld te zijn voor de rokers. Er stond er maar één te roken maar toch drong die geur door mijn officieel goedgekeurde mondkapje heen. Ik voelde me er niet fijn onder en begon al snel aan mijn terugtocht. Het was mijn laatste uitje in weken, daarna ging het hard bergafwaarts met mijn energie.

Nu is er weer een besmettingsgevaar. En mag ik niet in de buurt komen van anderen. Net als de rest van Nederland. En dan komen de dilemma’s weer. Ga ik naar een winkel? Nee. Ga ik naar de kapper? Eh…. Is het noodzakelijk? Nee. Het is nooit noodzakelijk om naar de kapper te gaan. En toch wil ik het graag. Omdat het denk ik mentaal goed is om wel dingen aan te gaan. Vertrouwen te krijgen in de mensen. En ik heb wel vertrouwen in de kapsters zelf. Want die ken ik, en zij kennnen mij. Dus gaan ze speciaal voor mij een mondkapje opdoen. Maar ik wil er zelf ook een op. De mondkapjes schijnen schijnveiligheid te creëren. En als ik eraan denk dat mijn professionele kapje van vier jaar geleden wel de nicotinelucht doorliet, vermoed ik dat er een kern van waarheid in zit. En toch… Beter iets dan niets toch? Daarnaast hoop ik dat, door het dragen van het kapje, onbekenden automatisch herinnerd worden aan de geldende afstand. Want zolang dat gebeurt, kan ik me wat vrijer bewegen. Morgen is de grote test. Dan staat de kapper op de planning. En ja, ik weet hoe ik zo’n kapje moet gebruiken. En dat ik er niet aan moet zitten. Handen moet wassen etc. Die herinnering ligt nog vers in mijn geheugen, plopt dankzij de huidige situatie zo weer op.
Eigenlijk heb ik er ook wel zin in, want dit kapje staat een stúk beter dan de vorige. Kom maar door met die starende blikken, zolang je maar op afstand blijft….

Mobile home

Er was eens een man die nogal impulsief kon zijn. En zo gebeurde het dat hij, op een normale dag in januari, tegen zijn vrouw zei dat hij een caravan had gekocht. Hij had een afspraak gemaakt voor een bezichtiging. Over 2 uur. En het was anderhalfuur rijden. De vrouw kwam net thuis van een gezellige koffieochtend en was licht verbaasd. Ze dacht dat het hoofdstuk caravan was afgesloten. Toch besloot ze het avontuur aan te gaan en stapte ze na een snelle lunch in de auto. Onderweg was er tijd voor de uitleg, de idealisering van hem en om de beren van haar te bespreken. Het kwam erop neer dat de man graag een voorseizoensplek op een camping in de buurt wilde proberen. De bezwaren van de vrouw omhelsden vooral de mooie plek waar hun comfortabele huis stond. Met de mooie tuin. Op steenworp afstand van bossen, water, het stadscentrum. Supermarkt om de hoek. Waarom dan in het weekend verblijven bij een caravan op een half uur rijden? Ze zwichtte voor het argument dat bij het opvlammen van haar ziekte, er toch ergens een ontspanningsmogelijkheid was. Goed. De caravan werd gekocht. De koop beklonken met een cappuccino. 
Uiterst kritisch werd er een camping uitgezocht en nog kritischer de perfecte plek. Twee weken voor het kampeerseizoen haalde de man trots zijn huis op wielen op. De man en de vrouw zochten spullen uit, maakten schoon en de kinderen verzamelden een krat vol buitenspeelgoed. De caravan werd naar de camping gebracht om de volgende dag ‘opgezet’ te worden.
Ondertussen was er iets anders dat opvlamde, HET virus was in het land. Er zou een lockdown komen. Het opzetten van de caravan werd uitgesteld. Begrijpelijk maar ineens toch een kleine teleurstelling. Een week daarna mocht het kleine huis toch gebruikt worden! Mits je een eigen toilet had. Die hadden ze. En niet bleef slapen. Prima, de nachten in het voorjaar waren toch te kil voor de vrouw. Kwam ze mooi onderuit. De man was naast impulsief ook verrekte handig. Hij bouwde een boilertje zodat er ook warm water was. Installeerde een kachel tegen de eventuele kilte. En zo gebeurde het dat de eerste middag aanbrak waarop het gezin gebruik ging maken van de caravan. De vrouw vond het prachtig. Na al het afstand houden van mensen die dat niet deden, kon ze even op adem komen. Er was namelijk bijna niemand op de camping. En in de nabij gelegen natuur. Ook de kinderen voelden de vrijheid die de camping bracht, ondanks dat alle voorzieningen dicht zaten. Wat een geluk! Maar het voelde ook een beetje dubbel. Stay home, blijf thuis, was de boodschap in het land. Ga niet weg als het niet hoeft. Om de ouderen en de andere risicogroepen te beschermen. En deze risicovrouw ging weg. Bleef niet thuis. Tot drie keer toe. Toen hield het op. Want er was een mooi paasweekend. Het werd druk met dagjes mensen. Die een ijsje kwamen eten bij de dijk. Wat de waterpolitie zag. Die maakten een melding bij de handhaving van de gemeente. Die zouden komen controleren. De medewerkers van de camping maakten een rondje met de boodschap om alsjeblieft naar huis te gaan. Want op de camping zelf ging het erg goed. De man was getuige van mensen die het niet eens waren met die boodschap. Stampij maakten bij de receptie. De volgende dag kregen de man en de vrouw bericht dat de controle goed was verlopen. Fijn! De dag erna kregen de man en de vrouw een bericht van de gemeente toegestuurd. Er was blijkbaar onduidelijkheid bij een aantal kampeerders. Ze mochten niet meer komen. Een kleine teleurstelling. Even geroken aan de rust, de bewegingsvrijheid. De ruimte in de natuur. Niet bang voor mensen die niet uit de weg willen gaan. Maar ja, de landelijke boodschap was ook duidelijk. Blijf thuis.

Anderhalve week later kwamen er nieuwe mededelingen van het kabinet. Een dag later van de camping. Kom! Je mag ook slapen! Iedereen mag komen kamperen. Ook nieuwe mensen. Voor bijvoorbeeld een weekend. En zo gebeurde het dat de man en de vrouw weer konden gaan met de kinderen. Het was nu wel wat drukker. Maar nog goed te doen. En de vrouw was blij met de impulsieve aankoop van de man. Door de rare gebeurtenissen en het mooie voorjaarsweer, kwam dit wel erg goed uit. Het schuldgevoel was weg. Want ach, zij stayen tenslotte home, maar dan af en toe in hun mobile home 😉